THEMA

Financiën

Uiteraard wil iedereen gezonde financiën, wij ook. Maar wat zijn gezonde financiën? Dat de gemeente geen enkele schuld heeft? Neen, want dat zou betekenen dat geen enkele lening mag worden aangegaan, en het met andere woorden quasi onmogelijk wordt om investeringen te doen. Aan de andere kant mag de gemeente ook niet gebukt gaan onder een zodanige schuldenlast dat elke euro die binnenkomt moet dienen om leningen af te betalen. Het is dus zaak een gezond evenwicht te vinden.

De speelruimte van een bestuur is ook niet zo groot. Er zijn immers jaarlijkse terugkerende uitgaven waar een bestuur niet van tussen kan zoals de personeelskost, de aflossing van de aangegane leningen, dienstverlening die verplicht is (zoals alle administratie op dienst bevolking), of waar het moeilijk van tussen kan; wie gaat bijvoorbeeld verenigingen plots geen subsidies meer geven, of voetpaden/straten/fietspaden die stuk zijn niet meer herstellen?

Wat dan nog overblijft is de zogenaamde ‘vrije ruimte’, dwz de inkomsten die (na aftrek van de verplichte uitgaven) nog niet vastliggen en waar je als bestuur over kan beslissen om al dan niet nieuwe initiatieven te nemen. Deze beslissingen vinden hun beslag in de jaarlijkse begroting waar inkomsten en uitgaven tegenover elkaar gezet worden.

Om binnen dit kader het gezonde evenwicht min of meer te vinden, gaan wij uit van volgende principes:

  • We zullen op basis van bestaande belastings- en andere inkomsten zorgen dat we niet meer uitgeven dat we hebben.
  • We zullen deze uitgangspunten niet veranderen door de belastingen voor de inwoners te verhogen.
  • We zullen zelfs niet alle inkomsten uitgeven, maar een bepaald percentage per jaar voorbehouden aan schuldafbouw. Dat betekent dat er een zeer geleidelijk afbouw komt, maar dat verkiezen wij boven een schok in de zin van of een belastingsverhoging of gewoon geen initiatief meer nemen omwille van zware besparingen.
    • Vergelijk het met gezin: je beslist dagelijks wat je wel en niet uitgeeft, en daarbij maak je prioriteiten in functie van noden of van wat je zelf belangrijk vindt. Dit is inderdaad een heel simpel principe, maar zo werkt het ook bij gemeente. Alleen is dit eenvoudig principe in praktijk zeer moeilijk in uitvoering, omdat het betekent dat je telkens moet kiezen wat je wel doet en wat niet doet, dat je waardevolle initiatieven niet zal kunnen nemen omdat er geen budget is, dat je uitvoering over meerdere jaren moet spreiden, en dat je over dit alles nog eens een akkoord moet bereiken met je partners.
  • Dat betekent ook dat de uitgaven door investeringen van voorbije legislatuur in bijvoorbeeld het zwembad, in de nieuwe school ook bij de verplichte uitgaven komen voor de nieuwe legislatuur. Dat betekent dat inkomsten die niet gerealiseerd zijn (bvb de verkoop van eigendom) moeten gecompenseerd worden door andere, of door minder uitgaven.
  • Het beschikbare budget, de autofinancieringsmarge, de schuldratio, de rentevoeten, enz. worden dagelijks opgevolgd door de financieel directeur van de gemeente en haar ploeg van beslagen ambtenaren. Zij zorgen er voor dat er niets ontspoort, dat we geen kansen missen, dat alles binnen het afgesproken budget blijft en bepalen bij het vastleggen van het budget hoeveel marge (of ‘vrije ruimte’) er is. Zolang we die richtlijnen volgen, kiezen we voor het gezonde evenwicht en zullen de financiën van de gemeente niet ontsporen.
  • We zoeken naar een alternatief voor de belasting op drijfkracht, die nu sommige bedrijven en zelfstandigen betalen en anderen niet. We zoeken naar een alternatief waardoor enerzijds bedrijven en vennootschappen wel moeten bijdragen aan onze gemeentelijke slagkracht, maar die wel eerlijk en gelijk verspreid is.

 

Bezorg ons jouw feedback!